Pagina's

zaterdag 20 juni 2026

16) Over het verdragen van elkanders gebreken

 

1. De gebreken, die de mensch in zich zelven of in anderen niet in staat is te verbeteren, moet hij geduldig verdragen, totdat God het anders schikke. 
 Denk, dat het misschien zóó beter is tot beproeving van uw geduld zonder hetwelk onze verdiensten niet hoog te schatten zijn.
 Gij moet nochtans God bidden dat Hij u helpe om zulke bezwaren te overwinnen, of om ze met gelatenheid te verdragen.
In dit gedeelte spreekt dr. Is. van Dijk over lijdzaamheid in plaats van geduld. Lijdzaamheid heeft een veel diepere betekenis dan geduld, begrijp ik op de site van de Digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren(dbnl). In deze context althans.  
Thomas leefde in het Agnietenbergklooster. Je zou denken dat men daar heilig zou leven. Maar juist Thomas leert mij door dit boekje heen, dat de monniken in het klooster worstelen met dezelfde menselijke eigenaardigheden als wij dat doen. En hij is er hier ook eerlijk over. Als wij niet in staat zijn om onze gebreken te verbeteren óf gebreken van een ander te helpen verbeteren? Is het dan niet hoogmoedig om ongeduldig te zijn ten opzichte van iemand met gebreken? Om geduldig te zijn? Lijdzaam? M.a.w.: volhardend, geduldig en standvastig. Of, zoals men in de 17e eeuwse betekenis eraan hechtte: Het betekende toen 'geduld', samenhangend met 'dulden', dat synoniem is met 'lijden'. Bedoeld was: uithoudingsvermogen(zie DBNL). Het geeft mij veel stof om over na te denken in ieder geval...


2. Indien iemand eens of tweemaal vermaand zijnde, niet toegeven wil, treed daarom met hem in geenen twist, maar laat alles aan God over, opdat Zijn wil geschiede, en Hij verheerlijkt worde in al Zijne dienaren, want Hij kan zeer wel het kwaad in goed verkeeren.
Hierbij moest ik direct denken aan de kerkelijke tucht in Mattheüs 18 vers 15 - 20. Stilletjes schudde ik in eerste instantie mijn hoofd:

Hoe kan Thomas op deze manier met de gebreken van een ander omgaan? Moet je niet juist met iemand anders naar hem/haar toe gaan? Of lees ik gebreken teveel als zonden? 

Maar toen las ik het héle hoofdstuk. Vooral de onbarmhartige dienstknecht(Mattheüs 18: 21-35) kwam binnen. 
Thomas handelt niet zoals de onbarmhartige knecht, realiseerde ik me.

Ben ik daar dan wel toe geneigd?


Omdat ik direct aan de kerkelijke tucht moest denken? Wie heb ik op het oog? De kerkelijke tucht is erop gericht om die persoon te behouden en niet om verloren te laten gaan... (Refoweb, artikel 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en  een interessant interview met ds. Y.  Horjus)
   

 Leer verduldig* zijn in het verdragen van eens anders gebreken en allerlei fouten; want gij hebt er ook velen, die van de andere moeten verdragen worden.
 Indien gij u zelven niet kunt maken gelijk gij zoudt willen zijn, hoe zult gij dan een ander kunnen hebben naar uw welbehagen?
 Wij hebben gaarne dat anderen volmaakt zijn, en onze eigene gebreken(écht een mooi artikel over onze zwakten) verbeteren wij niet. 
Dit is zó herkenbaar voor mij. Voor jou ook? Wanneer iemand mij kwetst of tegenvalt? Ik wil zo graag dat iedereen mij eerlijk en netjes behandelt. Maar dat is natúúrlijk een utopie! Dat kan helemaal niet. Hoe zou het kunnen? Ken ik mezelf zo slecht? Nee toch zeker? Hoe hard ik ook mijn best doe, volmaakt zijn lukt gewoonweg niet. Hoe vaak val ik niet in dezelfde fouten? Telkens weer?! Er was maar Eén Persoon volmaakt: 
De Heere Jezus!(Hebreeën 2 :10
 Hebreeën 5 :8 en Romeinen 5: 12)


3. Wij willen dat anderen streng berispt worden, en hebben niet gaarne dat men ons terecht wijze. 
 Het mishaagt ons dat men anderen te veel vrijheid geeft, en wij kunnen niet verdragen dat men ons iets weigert. 
 Wij willen dat de anderen door wetten ingetoomd worden, en wij zelven willen in niets strenger beteugeld worden.
 Waaruit klaarlijk blijkt, hoe zelden wij voor den evenmensch dezelfde maat gebruiken als voor ons zelven. 
 Indien alle menschen volmaakt waren, wat zouden wij dan om Gods wil van anderen te lijden hebben?
Precies! 
Hoe goed kent Thomas de mens... Het kan haast niet anders dat hij hier zelf ook mee geworsteld heeft, samen met zijn mede kloosterbroeders. Mede om deze reden(de reden dat de mens is zoals hij is) moest Paulus oproepen tot eensgezindheid en ootmoed** in Filippenzen 2. Lees je mee? Vooral vers 3 laat ik even goed binnenkomen:
Filippenzen 2:3 Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf.

4. Maar nu heeft het de Heer zoo geschikt, opdat wij elkanders last zouden leeren dragen(
Galaten 6 vers 2): want niemand is vrij van gebreken, niemand zonder last, niemand voor zich zelven genoeg, of komt toe met zijn eigen wijsheid: maar wij moeten elkander verdragen, elkander troosten, helpen, onderrichten en vermanen.
 Hoeveel deugd ieder mensch bezit, dat blijkt best bij gelegenheid van tegenspoed. 
 Want de gelegenheden maken den mensch niet zwak; maar zij toonen van welke gehalte hij is.
Eerlijk? Dan loop ik regelmatig tegen mezelf aan! Want hoe reageer ik in tegenspoed? Het is een ware oefening van het geloof. Een training, zoals Paulus de wedloop(1Korinthe 9: 24 e.v
) beschrijft... Hoe vaak ik mezelf heb moeten vermanen in mijn leven: Yvonne, om Wie draait het leven nou? Om jezelf? Andere mensen? Of de HEERE? Leg alles dan af wat niet gericht is op Hem...


Oefening:

De zwakheden welke wij niet kunnen verbeteren, in ons zelven en in anderen te verdragen, dit is voorwaar een zeer heiligmakende oefening; dit liefdewerk is een voortreffelijk middel om ons den hemel te doen bekomen, want daar is niets geschikter om ons te verootmoedigen** en ons voor God te vernederen, dan het gevoel van onze ellenden, en niets is rechtvaardiger dan van anderen te verdragen hetgeen wij willen dat men van ons verdrage. Wij moeten dan al hetgeen uit de inborst van de evennaaste voorkomt, verduldig verdragen, en niemand iets van onze eigen aard doen lijden. Het is alzoo, volgens de H. Paulus, dat wij elkanders last moeten dragen, en dat wij de wet van Christus zullen volbrengen, die eene wet van liefde is, van zachtmoedigheid en verduldigheid.

Mijn alarmbellen gaan direct rinkelen bij de zin: dit liefdewerk is een voortreffelijk middel om ons den hemel te doen bekomen. Direct dacht ik: Ho Thomas, we komen niet in de hemel omdat we de zwakheden welke wij niet kunnen verbeteren, in ons zelven en in anderen proberen te verdragen... Nee! We gaan verdraagzaam worden, omdat Gods Heilige Geest dit in ons werkt. Mijn reformatorische achtergrond in de Gereformeerde gemeente in Nederland heeft me bijzonder allert gemaakt voor het zelf de eeuwigheid verdienen en alle uitspraken daaromheen... Wél blijft het voor mij staan, dat wat Thomas zegt helder is. Indien je jezelf hebt leren kennen, wéét je dat je niet beter dan een ander bent. En wíé leert je jezelf kennen? Wíé geeft jou de moed naar jezelf te kijken? Denk aan die onbarmhartige dienstknecht(Mattheüs 18: 21-35), waarin de knecht eigenwijs bleef en niet barmhartig wilde zijn om de kleine schuld van zijn mede dienstknecht kwijt te schelden... David heeft hierover een prachtig psalm geschreven. Psalm 139. God kent ons door en door!


Gebed:

Hoe waar is het, o Heer! Dat de tegenstand, met ootmoed en onderwerping gedragen, voordeelig is voor een christen, aangezien hij in hem de deugd zuivert, beproeft en volmaakt. Maar Gij weet hoe lastig ons die beproevingen vallen, en hoe gevoelig wij zijn over hetgeen onze begeerten tegenstaat.
 Gedoog niet, o mijn God, dat wij onze gevoeligheid involgen; maar geef dat wij haar slachtofferen voor het geluk van U te behagen; want alles te gevoelen zonder iets in te volgen, stil te zwijgen als het hart getroffen is, zich te wederhouden als men op het punt is van uit te barsten, dit is onze noodigste oefening en het zekerste teeken van een ware christelijke deugd, die het eeuwig leven verdient. Dit verhopen wij van Uw oneindige goedheid.


Amen.
Exact, de puzzelstukjes die menselijkerwijs niet passen,  beginnen op de juiste plaats te vallen:

HEERE leer mij door alle tegenslagen en moeite steeds meer mijn hoop en vertrouwen op U te stellen. Daarbij denk ik aan Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus. Dat ik in voorspoed dankbaar mag zijn, in tegenspoed geduldig en dat ik mij in alles wat mij nog overkomen mag overgeven aan U, mijn getrouwe God en Vader. U vormt mij door alles heen, steeds meer naar hoe U mij hebt bedoeld...


Gedachtzame vragen tot bedachtzame antwoorden:

  1. Hoe ga jij met jouw gebreken en zonden om? Ben jij er open over? Of wil je ze liever verbergen? 
  2. Wat voor een invloed heeft dit op jouw relatie met God en jouw naaste?
  3. Herken jij bij jezelf ergernis vanwege gebreken bij een ander? Hoe ga jij daarmee om? Probeer jij die ander te veranderen? Wie zet jij centraal in die ergernis? De ander, jezelf of God?
  4. Ben jij, doordat jij je meer bewust bent van jouw eigen gebreken, begripvoller en verdraagzamer voor een ander?
  5. Perfekt zullen wij op déze aarde nooit worden. Vind jij dat moeilijk? Worstel jij daarmee? Welke rol kan hierin de HEERE voor jou spelen?

Deze blogs schrijf ik niet omdat ik alles zo goed weet, want ik heb nog veel te leren en zal nooit uitgeleerd raken hier op aarde. Het geeft mij wel vrede en blijdschap om met de HEERE en Zijn Woord bezig te zijn. Wil je een opbouwende reactie geven? Ik hoor en leer graag van jou!





* Geduldig; Je bent in staat kalm, bedaard en geduldig tegenslagen te verdragen
** Nederigheid en bescheidenheid. Op Christipedia staan deze woorden, tezamen met ootmoed, uitgebreid uitgelegd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten